Onderwerpen die zich erg snel bewegen, kunt u niet zo maar fotograferen door de camera erop te richten en af te drukken. De camera heeft namelijke enige tijd nodig om de foto te maken, bijvoorbeeld om de spiegel op te klappen. Hoewel die tijd erg kort is, kan het voldoende zijn om het onderwerp weer volkomen buiten beeld te laten bewegen voordat de daadwerkelijke foto gemaakt wordt. In het beste geval zal het onderwerp op een hele andere plaats staan dan u had bedoeld. Bovendien zal de snelheid van het onderwerp meestal voor bewegingsonscherpte zorgen.
De oplossing voor dit probleem is om zogenaamd "mee te trekken" tijdens het fotograferen. U volgt het onderwerp met de camera, zodat het steeds in beeld blijft. Tijdens die beweging drukt u rustig af. Het resultaat is nu dat het onderwerp er goed op komt, zowel qua positie als qua scherpte. Omdat onderwerp en camera ten opzichte van elkaar weinig of niet bewogen, zal er geen bewegingsonscherpte in het onderwerp zelf zijn. Wat u nu wel ziet is juist bewegingsonscherpte in de achtergrond,omdat die nu juist snel bewoog t.o.v. de camera. Dat is echter niet erg,want dat verhoogt juist de indruk van snelheid.

Mee trekken is iets wat u een beetje zult moeten oefenen voor het beste resultaat. Wat vaak gebeurt is dat de zaak toch mis gaat, omdat er te krampachtig wordt gewerkt. Een extra moeilijkheid is dat het beeld van de camera vlak voor de opname donker wordt, vanwege de opklappende spiegel. Sommige mensen hebben de neiging om de beweging stop te zetten zodra het beeld zwart wordt, maar dat leidt natuurlijk weer tot het eerdergenoemde verschijnsel dat het onderwerp buiten beeld belandt. De kunst is om u door het zwart worden van het beeld niet te laten afleiden, en gewoon rustig met de beweging door te gaan. Druk vooral ook niet te hard op de ontspanknop, dat leidt meteen tot een scheef gehouden camera en dus een scheve horizon.
Neem contact op met de
PENTAX Helpdesk op
053 48 49 132