14. Snelle beweging fotograferen

Onderwerpen die zich erg snel bewegen, kunt u niet zo maar fotograferen door de camera erop te richten en af te drukken. De camera heeft namelijke enige tijd nodig om de foto te maken, bijvoorbeeld om de spiegel op te klappen. Hoewel die tijd erg kort is, kan het voldoende zijn om het onderwerp weer volkomen buiten beeld te laten bewegen voordat de daadwerkelijke foto gemaakt wordt. In het beste geval zal het onderwerp op een hele andere plaats staan dan u had bedoeld. Bovendien zal de snelheid van het onderwerp meestal voor bewegingsonscherpte zorgen.

De oplossing voor dit probleem is om zogenaamd "mee te trekken" tijdens het fotograferen. U volgt het onderwerp met de camera, zodat het steeds in beeld blijft. Tijdens die beweging drukt u rustig af. Het resultaat is nu dat het onderwerp er goed op komt, zowel qua positie als qua scherpte. Omdat onderwerp en camera ten opzichte van elkaar weinig of niet bewogen, zal er geen bewegingsonscherpte in het onderwerp zelf zijn. Wat u nu wel ziet is juist bewegingsonscherpte in de achtergrond,omdat die nu juist snel bewoog t.o.v. de camera. Dat is echter niet erg,want dat verhoogt juist de indruk van snelheid.



Mee trekken is iets wat u een beetje zult moeten oefenen voor het beste resultaat. Wat vaak gebeurt is dat de zaak toch mis gaat, omdat er te krampachtig wordt gewerkt. Een extra moeilijkheid is dat het beeld van de camera vlak voor de opname donker wordt, vanwege de opklappende spiegel. Sommige mensen hebben de neiging om de beweging stop te zetten zodra het beeld zwart wordt, maar dat leidt natuurlijk weer tot het eerdergenoemde verschijnsel dat het onderwerp buiten beeld belandt. De kunst is om u door het zwart worden van het beeld niet te laten afleiden, en gewoon rustig met de beweging door te gaan. Druk vooral ook niet te hard op de ontspanknop, dat leidt meteen tot een scheef gehouden camera en dus een scheve horizon.

Bij hele snelle bewegingen en een relatief klein onderwerp, zoals op deze voorbeeldfoto, is handiger om de autofocus niet te gebruiken. In plaats daarvan stelt u alvast scherp op de plek waar u het onderwerp verwacht op het moment dat u de foto zal maken. Vervolgens richt u de camera op het onderwerp, zonder opnieuw scherp te stellen. U ziet nu een onscherp onderwerp dat steeds scherper wordt naarmate het dichter bij het punt komt waar u op richtte. Druk wel vlak voordat het onderwerp helemaal scherp geworden is al op de ontspanknop, om zodoende weer rekening te houden met die kleine vertragingstijd.

Neem contact op met de
PENTAX Helpdesk op
053 48 49 132

 Download Internet Explorer Uw versie van Internet Explorer is te oud om deze website correct weer te geven. Klik op het icoon om de meest recente versie te downloaden.

Dit bericht niet meer tonen.