3. Fotograferen in de sneeuw

Weinig omstandigheden zijn zo lastig voor de belichtingsmeter van uw camera als een landschap in de sneeuw. Zelfs de meest moderne, multi-segment meting kan daarbij nog lelijk de mist in gaan, met als gevolg dat de foto's te donker worden. Bij kleurnegatieffilm, dat van zichzelf een behoorlijke belichtingsspeelruimte heeft, wordt dit vaak ongemerkt nog wel door de film opgevangen. Maar bij dia's is deze onderbelichting funest. Uw foto's hebben grijze tot grijsblauwe sneeuw in plaats van witte sneeuw.



Om te begrijpen hoe we dit probleem kunnen oplossen, zullen we eerst moeten begrijpen hoe het ontstaat. De belichtingsmeting in uw camera is afgestemd op een bepaald gemiddelde. Geavanceerde matrix-meetsystemen, zoals in de nieuwste Pentax spiegelreflexen, gebruiken ingewikkelde berekeningen om delen van de foto meer mee te wegen dan andere delen en kunnen zo zelfs moeilijke situaties verrassend goed aan. Maar als de hele foto uit witte vlakken bestaat, weet zelfs zo'n geavanceerd systeem het niet meer. Uw camera weet immers niet of u met gemiddeld licht in de sneeuw staat, of dat u met fel licht in een andersoort omgeving staat. Het sneeuwlandschap zal dus worden belicht alsof het een gemiddeld landschap is en een gemiddeld landschap is nu eenmaal veel donkerder dan een sneeuwlandschap.

Er zijn verschillende manieren om dit probleem op te lossen. Om te beginnen kunt u de belichtingscorrectie gebruiken die op iedere Pentax spiegelreflex aanwezig is. Zet die op +1 stop en uw sneeuwfoto's zien er al een stuk frisser uit. Bij een ouder type camera, met minder geavanceerd meetsysteem, moet de correctie misschien wel +2 stops zijn. Dit blijft echter een beetje gokken.

Met spotmeting heeft u het resultaat nog nauwkeuriger in de hand: Veel Pentax spiegelreflexen hebben zo'n spotmeting, waarmee een klein deel van het beeld gemeten wordt. Met die spotmeter kunt u het belangrijke onderwerp in de sneeuw (bijvoorbeeld die persoon op lange latten) meten en daarop de belichting afstemmen. Een hele fraaie variant hierop is de zogenaamde "hoge lichten meting". Met de spotmeter meet u het lichtste stukje van de foto, bijvoorbeeld een stukje sneeuw dat ook nog eens door de zon beschenen wordt. De gevonden meting gebruikt u niet direct (dan zou de foto pas echt te donker worden!), maar u verhoogt de belichting 2,5 stops ten opzichte van deze meting. Als u bijvoorbeeld f8 met 1/250 seconde gemeten hebt, dan belicht u de foto op f/6.7 bij 1/60 seconde. Daarmee wordt dit stukje exact wit en de rest van de foto navenant goed belicht. Als u bang bent om doortekening te verliezen in de sneeuw, neem dan 2 stops boven de spotmeting in plaats van 2,5 stops. In dit voorbeeld belicht u dan dus op f/8 bij 1/60 seconde.

Neem contact op met de PENTAX Helpdesk op 02 256 66 61

© H. De Beukelaer & Co.

 Download Internet Explorer Uw versie van Internet Explorer is te oud om deze website correct weer te geven. Klik op het icoon om de meest recente versie te downloaden.

Dit bericht niet meer tonen.